Vertel ik mijn kind dat het hoogbegaafd is?

Het is een vraag waar veel ouders vroeg of laat mee worstelen. Vertel je je kind dat het hoogbegaafd of cognitief sterk is? Of leg je daarmee net te veel druk op kleine schouders?

Over: “Moeten we het eigenlijk vertellen.

Soms stellen ouders zich deze vraag vlak na een onderzoek. Soms omdat ze zelf vermoeden dat hun kind cognitief sterk is. En soms omdat ze bang zijn voor wat er gebeurt als ze het woord hoogbegaafd uitspreken.

Want laten we eerlijk zijn: het blijft een beladen woord.
De ene ouder zegt: “Natuurlijk moet je dat vertellen. Je kind heeft recht op die informatie.”
De andere zegt: “Ik wil niet dat mijn kind denkt dat het beter is dan anderen. Of dat het druk voelt om altijd slim te zijn.”

En eigenlijk hebben ze allebei een punt.

Het probleem is niet het weten

Veel kinderen voelen al op jonge leeftijd dat ze anders zijn. Ze merken dat ze andere vragen stellen. Dat ze sneller verbanden leggen. Dat ze zich ergeren aan herhaling. Dat leeftijdsgenoten soms niet begrijpen waar zij mee bezig zijn. Kinderen voelen verschillen vaak veel eerder aan dan volwassenen denken. Wanneer we daar geen woorden aan geven, gaan kinderen zelf op zoek naar verklaringen.

En die verklaringen zijn niet altijd helpend.
“Ik ben raar.”
“Niemand begrijpt mij.”
“Ik ben niet leuk.”
Dat is precies waarom ik geen voorstander ben van verzwijgen. Een kind hoeft niet per se het label hoogbegaafdheid te kennen, maar het heeft wel recht op een verklaring voor wat het ervaart.

Het probleem zit vaak in de manier
waarop we het vertellen

Uit onderzoek weten we dat labels druk kunnen creëren. Dat geldt trouwens niet alleen voor hoogbegaafdheid. Ook labels als creatief, sportief of muzikaal kunnen verwachtingen met zich meebrengen.

Wanneer een kind hoort:
“Jij bent hoogbegaafd.”
en de boodschap die volgt is:
“Jij bent heel slim.”
“Voor jou moet dat makkelijk zijn.”
“Jij kan dat toch.”

dan ontstaat er een risico. Het kind leert dat slim zijn een eigenschap is die het moet bewijzen. En zodra iets moeilijk wordt, begint de twijfel.
“Misschien ben ik toch niet slim.”
“Ik zou dit toch moeten kunnen.”
“Ik kan maar beter geen fouten maken.”

Wanneer het kind een verkeerd beeld meekrijgt van wat hoogbegaafdheid betekent, dan zien we wel eens perfectionisme, faalangst en vermijdingsgedrag ontstaan.

Wat vertel je dan wel?

Vertel je kind hoe zijn hoofd werkt. Vertel dat sommige dingen die voor hem/haar eenvoudig lijken, voor anderen moeilijk zijn. Dat het normaal is dat het vaak veel vragen heeft. Dat het verbanden ziet die anderen niet meteen zien. Dat het soms nood heeft aan meer uitdaging. Maar vertel ook wat je kind niet zo goed kan. Wat de talenten van anderen zijn en dat die net zoveel waard zijn.

Je hoeft daarbij niet meteen een uitgebreid gesprek aan de keukentafel te organiseren. Vaak werkt het beter om aan te sluiten bij situaties die zich voordoen. Wanneer je kind weer eens zegt dat “school zo saai is”. Wanneer het voelt dat vriendjes niet lachen om zijn mopjes. Wanneer het zich afvraagt waarom bepaalde dingen zo lastig zijn.

Dan kan je samen onderzoeken:
“Wat doe jij anders dan andere kinderen?”
“Waar denk jij aan op die momenten”
“Merk je dat sommige dingen bij jou anders lopen?”
Zo groeit het begrip stap voor stap.

Moet je het woord hoogbegaafd gebruiken?

Daar verschillen experts soms van mening. Sommigen vinden dat je het woord gewoon moet benoemen. Anderen gebruiken liever termen zoals snelle denker, denktalent of cognitief sterk. Persoonlijk denk ik dat het woord op zich minder belangrijk is dan de uitleg die erbij hoort.

Want uiteindelijk gaat het niet over een label. Het gaat over zelfkennis. Een kind mag begrijpen waarom het andere onderwijsbehoeften heeft. Waarom het soms nood heeft aan meer uitdaging. Waarom het zich niet altijd herkent in leeftijdsgenoten. Waarom bepaalde dingen juist heel makkelijk of net moeilijk lopen.

Dat inzicht helpt kinderen om zichzelf beter te begrijpen.

Hoogbegaafd betekent niet beter

Dit is misschien wel het belangrijkste onderdeel van het gesprek en daarom dat ik het hier nog even terug aanhaal. Een kind moet begrijpen dat verschillen bestaan. Sommige kinderen leren snel. Andere kinderen zijn sociaal bijzonder sterk. Sommige kinderen zijn creatief. Andere hebben een uitzonderlijk gevoel voor muziek, sport of techniek.

Geen enkel talent maakt iemand meer waard dan een ander.

Hoogbegaafdheid vertelt iets over hoe een kind informatie verwerkt en leert. Niet over zijn waarde als mens. Wanneer kinderen dat begrijpen, verklein je niet alleen de kans dat het label een bron van arrogantie wordt, maar ook de kans dat het een last wordt. Ze leren inzien dat iedereen andere kwaliteiten heeft, maar ook dat iedereen tegen andere dingen aanloopt.

De boodschap die ik hoop dat elk kind krijgt

“Je bent niet hoogbegaafdheid.” Je bent een kind met interesses, talenten, eigenaardigheden, sterke kanten en groeipunten. Hoogbegaafdheid is daar één onderdeel van. Soms speelt het een grote rol. Soms bijna niet.

Maar het verdient wel een plaats in het verhaal dat je kind over zichzelf leert vertellen. Omdat zelfkennis kinderen helpt begrijpen waarom ze denken, voelen en reageren zoals ze doen.

En ik geloof dat dat veel belangrijker is dan het etiketje “hoogbegaafd”.

zin om mee te rijden?

Neem contact op met ons

Wil je hier verder mee aan de slag of meer helderheid krijgen in wat jouw kind nodig heeft?

Lees verder, sluit aan of neem contact op. Je hoeft dit niet alleen uit te zoeken.


Ontdek meer van De Kopgroep

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder